Lief zijn!

De lange slanke benen onder het rokje doen wat met je.
Fluiten wil je, flirten, lachen.
De eerste zonnig hete dag op het strand doet je kruis opbollen, de wijde zwembroek is nauwelijks verhullend maar het geeft niet, hitte maakt roekeloos.
Ze draait zich om, en je kijkt haar in het rimpelig gezicht, achter de zonnebril vermoed je licht hangende oogleden en je lacht maar eens.
Ze knikt terug en ze lacht breed.
Ze ziet en weet.

Mannen, loopt ze vóór je, deze vrouw, fluit en flirt en lach naar haar.
Wees lief!

Strandhunk.

Zo langzaam en uitdagend als hij zich had uitgekleed, maakte ik mij op voor mijn vertrek, ik was er immers al uren voor hij arriveerde.

Ik liet mijn haren vrij en schudde ze los, rommelde in mijn tas naar een spiegeltje en bracht mascara aan en wat eyeliner en o ja, ik gebruikte de donkerpaarse lippenstift waarvan k niet eens wist dat ik `m bezat.

Ik stond op en sloeg mijn handdoek uit voor ik hem opvouwde, mijn lichaam van alle kanten aan hem tonend, net zoals hij had gedaan en hij volgde mijn bewegingen, ongegeneerd als ik had gedaan. Ik trok mijn simpele zwarte jurkje aan dat de rug bloot liet dus geen bh.

Ook maar geen slipje besloot ik.
Ik zwaaide mijn tas op mijn schouder en net toen ik bedacht hoe jammer het was dat ik wegging maar ja, ik kon moeilijk terug nu, zei hij iets.
Verrast keek ik op, we hadden immers nog geen woord gewisseld.
“Je gaat, jammer.”
Ik glimlachte maar eens en haalde mijn schouders op, zo is het leven mooie jongen, wen er maar aan!
Ik verwijderde mij een paar passen bij hem vandaan toen hij zei dat er maar weinig vrouwen waren die het spelletje begrepen,
“Welk spelletje?”,  vroeg  ik.
Er rolde een lach uit zijn binnenste,  zo`n laag gerommel dat je hart op hol doet slaan maar mijn zintuigen stonden op scherp en ik was nog op mijn hoede.
“Misschien kunnen we wat gaan drinken, dat praat wat makkelijker.”
Hij gaf in het geheel niet de indruk zich ongemakkelijk te voelen zoals hij daar loom op zijn linkerzij lag, steunend op zijn elleboog.
“Ik heb anders nergens last van”,  zei ik terwijl ik mijn oog liet vallen op wat  daar bezig was de zwaartekracht te trotseren.
Mij stoorde dat niet, hem ook niet maar voor de vaart in onze prille relatie leek het beter eerst samen wat te drinken, ik kon er moeilijk meteen bovenop duiken.
Weer die lach!
In gedachten kneedde  ik die halfopgerichte lul die bruin was als de rest van zijn goddelijk lijf, reeds in mijn hand en keek belangstellend toe hoe hij zijn lid in zijn broek stopte, poppetje gezien, kastje dicht.
Het gesprek vlotte verrassend goed, de zon zette de wereld in een gouden gloed en we zagen de zee in elkaars ogen terwijl we hand in hand naar het terras liepen.
We bleken over alles te kunnen praten, zeilen, muziek, vakantie, reizen en we lachten samen om de ontelbare keren dat de liefde ons pijnlijk bij de neus had genomen. We deelden een karaf koele witte wijn en vonden de strandtentpatatten de lekkerste die we ooit geproefd hadden maar dat kwam ook omdat we die van elkaars lippen proefden en het zout van elkaars mond likten.
Ik wilde de zee in zijn ogen steeds opnieuw inspecteren en hij zocht, en vond steeds nieuwe bruine vlekjes in mijn blauw-groen-grijze ogen.
Ik vroeg hem of die rare versiertruc hem veel successen bracht en hij zei ach, ik hou van spelen!
Na het meest intieme afscheid gingen we met tranen die nauwelijks zichtbaar maar onmiskenbaar waren in de zee van zijn ogen elk ons weegs, het was mooi, het was mooi geweest.

Waarom ik er zo’n enorme hekel aan heb.

Waarom ik er zo’n enorme hekel aan heb.

Ik heb er niet altijd een hekel aan gehad, een tijdje ben ik er zelfs goed in geweest want ik was handig, een handig kind.
Voordat ik er les in kreeg, was ik er al bedreven in.
Ik had het van mijn oma geleerd.
Mijn oma was er vreselijk goed in, zij was snel, gelijkmatig en accuraat.
Je kunt gerust stellen dat zij kampioen breien was geweest, waren er daar toendertijd wedstrijden in gehouden.
Om vijfjarige leeftijd leerde ik het van mijn oma.
Als ik bij haar mocht logeren, wilde ik ook breien net als zij, die sokken en de prachtigste truien langzaam liet groeien onder haar breipennen.
Ik had twee kinderbreipennen bij mijn oma, die wat korter waren en dopjes aan een van de uiteinden hadden en waarmee ik gemakkelijk kon manoeuvreren met mijn kinderhandjes en met behulp van mijn oma breide ik kleine truitjes en broekjes.

In de eerste klas van de lagere school kwam er één keer per week een speciaal voor dat doel aangestelde handwerkjuffrouw.
Trots dat ik het al kon, begon ik enthousiast een stukje te breien aan mijn proeflapje maar dat bleek tegen het zere been van de handwerkjuf te zijn.
Je moest namelijk na iedere toer, dat was als je het breiwerk moest omdraaien, in de rij gaan staan om het te laten controleren op fouten, maar ik maakte geen fouten dus breide ik gestaag door.
Tot mijn verbijstering moest ik toezien hoe de handwerkjuffrouw met een bruusk gebaar de naald uit mijn werk verwijderde en de boel uittrok tot op het bot.
“Dat lijkt nergens naar en opnieuw beginnen”, snauwde zij mij toe.
Daar ik mij niet liet kennen, begon ik opnieuw en breide weer een stukje want als je het kon, mocht je een mooie kleur kiezen en aan het echte werk beginnen.
Dat ging zo een paar lessen door en ik had het sterke vermoeden dat zij de pik op mij had, de handwerkjuffrouw.
Met lede ogen zag ik aan hoe de kleine lieve meisjes met mooie vlechtjes aan hun geel, blauw of groene broekje breiden, terwijl ik nog aan mijn witte proeflap zat, dat er van al dat uithalen en opnieuw beginnen niet schoner op was geworden.
Ik was niet klein, niet lief en had geen vlechten maar kort keeshaar.
Mijn moeder knipte onze haren zelf, van mijn broers en mij en voor het gemak hadden we ’t allemaal even kort, dat was ook veel praktischer ’s zomers op de boot omdat we om de haverklap het water in doken en kort haar droogt immers sneller dan lange vlechten, en daarom had ze een hekel aan mij, de handwerkjuf.

Op mijn beurt ontwikkelde ik behalve een grondige hekel aan de handwerkjuf, ook een hekel aan breien god, wat had ik de pest aan beide en tot op de dag van vandaag is daar geen verbetering in gekomen, nog zie ik dit in de toekomst gebeuren.
De handwerklessen zat ik uit en breien deed ik er niet meer.
Toen mijn proeflapje eindelijk werd goedgekeurd en ik aan mijn echte werk kon beginnen,waren namelijk de door mij zo felbegeerde kleurtjes op en moest ik wederom met wit verder!
Met opzet maakte ik fouten, voegde mij in de rij voor hulp, keek toe hoe zij mijn werk verbeten uithaalde, en breide weer een averechtse steek tussen de rechten, tot ik er genoeg van kreeg.
Als we geen handwerkles hadden werden de breiwerkjes bewaard in een doos die op de vensterbank stond.
Op een keer toen de juffrouw niet keek, haalde ik mijn breiwerk uit de doos, nam het mee naar huis en gaf het aan mijn oma.
Diep verontwaardigd over zo’n rotjuf, haalde mijn oma de hele boel uit en breide er op mijn aanwijzingen een net broekje van, dat mijn moeder nog even in de was gooide.
Opgelucht nam ik het mee naar school en stopte het toen niemand keek, weer in de doos en daarom dus, dáárom brei, haak, naai of borduur ik niet.
Uit principe.

Dweilman.

Nadat mijn dweilpersoon er de brui aan had gegeven, kwam ik na een week of twee tot de conclusie dat zelf schoonmaken absoluut mijn voorkeur niet verdiende.
Dus ging ik op zoek naar een fris ruikend mens, die gewapend met bleekwater en fleurig plumeau mijn huis zou komen reinigen.
Dat viel niet mee.
Ze droegen een stinkjas, eisten rookpauzes, geurden naar natte hond, ze deden een kwartier over het schoonmaken van mijn fluitketel, wat niet tot het takenpakket behoort, het ding staat er voor de sier, om een statement te maken, zo van kijk mij eens artistiek zijn met m’n fluitketel, maar inmiddels heeft zich de perfecte dweilpersoon gemeld.
Een keurig nette, opgeruimde persoonlijkheid met duidelijk bewezen dweilkwaliteiten en uitstekende referenties.
Na de ceremonie van het overhandigen van de sleutel, blinkt mijn huis des maandags als ik thuis kom en ruikt het naar chloor en allesreiniger met bloemengeur.
Vandaar dat uw Axelle vandaag en alle dinsdagen, na het uitslapen en douchen, van een lichte brunch geniet, buiten in de zon.

Leedvermaak tussen de tulpen.

Wanneer bij de dump van een modeketen waarin je niet levend gevonden wilt worden, dinsdags de nieuwe partij wordt geleverd, ben ik er als de kippen bij.

.Die trutkleren bekomen mij uitstekend.
Op een deftig feest waant men mij een disigndiva in mijn vintage tweed mantelpakje van vijf euro, dat ik spotte in het rek “vanaf € 2.50”, om een voorbeeld te noemen.
De maten die de dump verkoopt zijn groot, dan wel klein en omdat ik groot ben met een kleine maat is er altijd wel iets van mijn gading bij, deze keer een zalmroze glanzende broek uit de extra long collectie uit het rek “met een foutje”.
Het foutje bleek een nauwelijks met het blote oog waar te nemen blauwige vlek op de binnennaad van een van de pijpen te zijn, dat na een paar nachtjes in de emmer met een inweek-en voorwasmiddel, verdwenen bleek, als sneeuw voor de zon.
Vanmorgen gooide ik in mijn ijver het spoelwater in de tuin, goed voor de plantjes maar helaas zat mijn broek daar nog in zodat mijn schone zalmroze glansbroek zich nu tussen de opkomende bollen bevond.
Deze gebeurtenis ontlokte mij een aantal vloeken die mijn ontluikende tulpen deed blozen, keukenramen werden gesloten en moeders bedekten fluks de maagdelijke oortjes van van hun kroost, ja mensen ik vloek als een bootwerker.
Mijn gezin echter spoedde zich in blijde verwachting naar het raam waar het bij het zien van mijn ontluistering, in luid gelach uitbarstte…

Chips van vreemde mannen.

De jongste bleef thuis.
Met mijn twee meisjes zat ik in de TGV op weg naar le Midi.
We deden spelletjes, wandelden af en toe als ze het stilzitten zat waren door de trein en ze hadden allebei een doosje smarties, vol met geur- en pleurstoffen.
Drie en zeven jaar oud en wat zijn ze lief.
Af en toe keken ze discreet over de rugleuning van de stoel vóór ons om te zien wat die meneer deed.
Hij had een grote zak chips, een gegeven dat de meisjes hogelijk intrigeerde en waar ze mij en elkaar steeds verslag van deden, in het Hollands.
Hoe groot was hun verrukking toen de man, hij was nog jong, opeens de zak tussen de twee stoelen door naar achteren stak, ze keken mij vragend aan, mochten ze?
Ik zei dat het mocht en beide namen onder luid gegiechel een bescheiden handje chips.
Ik zei hen netjes “merçi beaucoup monsieur” te zeggen.
Hij herhaalde zijn ludieke actie nog een paar keer, tot grote vreugde van mijn meisjes.
Inmiddels tot mooie zelfbewuste jonge vrouwen opgegroeid, bleken ze beide met groot plezier zich de anekdote nog te herinneren.

De les best chips aan te kunnen nemen van aardige mannen heeft ze goed gedaan!

Daarheen en weer terug.

Ennnn… daar zijn we weer.
Woensdag moest ik werken maar me fijn ziekjes gemeld (snotneus) en de rest van de weken vrij gehad vanwege “de betrokkenheid bij het afwikkelen van de nalatenschap.”
Van (schoon)moeders, die er zelfs na een week nog mooi bij lag, aldus de ondernemer belast met de uitvaart van moeders, zoals hij haar consequent noemde.
Ik mocht niks doen, men moest daar interessant met z’n drieën emo over doen. Uiteindelijk met z’n tweeën want de ene broer vond ’t allang best en schijnt weg te zijn gegaan. Mijn lief is voor alle rekeningen gemachtigd, dat is niet veel, ma heeft het lekker uitgegeven, waar ze groot gelijk in had!
Zouden er meer moeten doen.

Fuk.

Niks doen en toch vrij, ik zag meteen mogelijkheden en vloog naar Barcelona, naar het appartement met zeezicht van mijn broer.
Got wat kom ik daar tot rust, heb genoeg aan de zee voor m’n neus de hele dag, doe gezond, loop hard op het strand, (5km. jaja! ) eet bakken sla, drink thee.
Sinds kort is er een buurtwinkeltje voor de basisboodschapjes.
Het was vaak teringweer maar zelfs teringweer is leuk om naar te kijken.
Vleugjes wifi kwamen maar af en toe voorbij, dus daar kon men ook geen vertier in vinden, eigenlijk was ik op retraite zeg maar, op kosten van de baas, maar wel heel heilzaam.
De aldaar wonende dochter arriveerde twee dagen geleden en o wat een feest om haar voor mezelf te hebben en wat een ontzettend goed plan van haar om voor een paar dagen met mij mee te gaan, of eigenlijk ging ik met háár mee, wat ik zowel adembenemend mooi als spannend naar Holland, waar ik net op tijd voor de verjaardag van mijn andere dochter zou arriveren, ach en daar hadden we zomaar onze drie kinderen bij elkaar.
Tot diep in de nacht hoorden we ze kletsen en lachen, geluk is zo simpel.
Vandaag verzamelden de vrienden van mijn jarige dochter zich in mijn huiskamer, de mannen sprakeloos en schutterend bij de aanblik van mijn oudste dochter, die uitwerking heeft ze nu eenmaal op mannen.
Tegelijkertijd kletste ze met de vriendinnen van de jarige zodat ze zich op geen enkel front bedreigd hoeven voelen, mijn oudste dochter, wat doet ze dat goed…
Het hele stel maakte zich op om naar Amsterdam te vertrekken en daar te feesten met de zich inmiddels daar bevindende zoon met vriend en een nichtje met haar vriend.
Samen met mijn lief blijf ik achter in een kamer vol vlaggetjes waar ik steeds hoofdelijk in verstrikt raak.

 

Kerstmis

Kerstmis.
Ik moet ergens gourmetten.
Ik opperde uit eten te gaan, maar dat is niet gezellig.
Gourmetten schijnt dat wèl te zijn, gezellig.
Bij haar thuis want dat is nòg gezelliger.
Zij is een voorstander van geprefabriceerd voedsel.
Zij zweert bij in plastic en cellofaan verpakte maaltijden vol smaak- en geurversterkers, conserveermiddelen en ongetwijfeld nog meer vrolijk makende middelen.
Ons is gevraagd om “het vlees” mee te nemen want ik sta bij de schoonfamilie bekend om mijn overheerlijke zelfgedraaide gehaktballetjes, mijn jaloersmakende figuur, mijn “stunning heels”, de chique jurkjes, het kapsel dat in een natuurlijke krul valt, twee keer schudden met het hoofd en het zit goed, en mijn arrogantie.
Natuurlijk heb ik ook minder goede eigenschappen maar door de fixatie van de schoonfamilie op mijn al dan niet vermeende perfectie, blijven deze onderbelicht.
De schoonfamilie, zelf gemiddeld in het bezit van gemiddeld twee à drie ex-echtgenoten (m/v) is er na dertig jaar nog immer van overtuigd dat ik mijn lief, hun enige leuke verwant, dat weten ze zelf ook wel, ongelukkig maak.
Ach maar mijn gehaktballen mogen er wezen.

Hoewel ik me hogelijk verbaas over het gebruik je eigen voedsel mee te nemen als je ergens uitgenodigd bent voor de maaltijd, dat zal een onderdeel van de Hollandse gezelligheid zijn, pas ik me aan, maar ik verrot het om in de keuken te gaan staan, mijn ballen door de schoonfamilie te laten opvreten want voor ik en de mijnen er eentje willen nemen zijn ze op want ze buffelen als varkens.

Ik zal mij wapenen met een gourmetschotel van de supermarkt, een uitstekende fles wijn die ik onder mijn beheer houd, want dan krijg je dat weer, de goedkoopste wijn die ik nuttig is nog altijd beter binnen te houden dan het zure bocht dat zij als wijn betitelen.
Wie er een vinger naar uit durft te steken kan een fatale slag op het hoofd krijgen maar ik vrees dat het niet zo ver zal komen.
Behalve mijn perfecte gehaktballetjes sta ik tevens bekend om mijn kracht en gewelddadigheid.

De klusjesman

Ik ging naar de tandarts.
Die van mij is een hunk met staalblauwe ogen, donkere krullen en een exotisch accent die handenwrijvend vraagt hoe het met je gaat om vervolgens enge tangen en ander met zijn kluscard aangeschafte gereedschap in je mond propt en dat doet keihard:

“IIIIIIEEEEEEEEUUUUUUUUUUUUWWW, IIIIIIEEEEEEEEEEUUUUUUWWWWWwwww”.

Deze klusjesman was barmhartig en gaf mij, “even gevoelig”, zei hij wat het understatement van het jaar bleek te zijn, een verdovend shotje, lekker sterk omdat ik een beetje rugpijn had.
“Het kan een stijf gevoel geven”, echt, dat zei hij zonder met zijn ogen te knipperen die hij diep in de mijne had geboord, hij was tandarts tenslotte.
Toen ik bijkwam waren mijn lippen twee keer zo dik en stijf en ik vroeg mij af hoe het zoenen daarmee zou zijn en wilde meteen met die hunk van `n klusjesman beginnen.
Hij was jammer genoeg meer van het handen schudden maar zei nog wel:
“even voorzichtig met bijten” wat mij bevreemd op deed kijken, hij was om in te bijten maar ik was nochtans niet van plan mijn tanden in zijn sappig vlees te zetten.
Zoenen leek mij beter.
Meteen maar door voor de boodschappen alwaar zich een nieuw probleem voordeed.
“Ee uvve kovijuhhkaavv avvevie en ik begreep hoe het moest zijn na een enge ziekte die het spraakvermogen aantast, in je hoofd klinkt het goed maar het komt er rottig uit maar uiteindelijk kreeg ik mijn stukje komijnenkaas.
“Vevv vij ve vaddavvzz veveezzf”, ze ik ter verontschuldiging dat ik bij de tandarts was geweest.

“Vuvv”, vloekte ik hardop en gelukkig verstond ook niemand dat.

Gestoorde lunch aan de Seudre.

Axelle Zoë

Onze eerste lunch is in het vissershaventje aan de Seudre, we zijn er al eerder geweest. Vervallen vissershuisjes waarvan de meeste leegstaan. Enkelen worden als restaurant gebruikt, zonder veel opsmuk.  “Moules frites” kun je er eten en salades. De mosselen roken ze op een geimproviseerde barbecue op een vuurtje “des pins”, naalden.
Het is er prachtig, nooit druk en weinig touristisch, toch schuift er nu een Hollands gezelschap aan. Vier volwassenen en twee jongetjes. Op luidruchtige toon geven ze te kennen in de nopjes te zijn met de ontdekking van dit authentieke haventje, “best wel uniek in dit  meest touristische deel van de Dordogne”, doceert pappa maar de jongens zijn elk verdiept in hun luid piepende schermpjes.
Op luide toon wordt er besteld bij de ober, “qui veut du limonade”.
De yuppenjongetjes zijn inmiddels overgegaan op drummen met het bestek op de glazen en borden. Het bedienend personeel kijkt bedenkelijk…

View original post 181 woorden meer